Het gaat eigenlijk niet over voeten
Wanneer mensen horen dat ik al bijna vijfentwintig jaar met voetreflexologie bezig ben, krijg ik regelmatig dezelfde vraag: “Ben je dat nog niet beu?”
En weet je? Ik begrijp die vraag eigenlijk wel. Als je van buitenaf kijkt, lijkt het misschien alsof ik al vijfentwintig jaar hetzelfde doe: elke dag opnieuw naar voeten kijken, voeten behandelen en voeten bespreken. Dan zou je kunnen denken dat de verrassing er op een bepaald moment wel af is, dat alles voorspelbaar wordt en dat er weinig nieuws meer te ontdekken valt.
Maar vreemd genoeg ervaar ik net het tegenovergestelde.
Ik ben nog steeds verwonderd, misschien zelfs meer dan vroeger. Niet omdat voeten op zich zo bijzonder zijn, want laat ons eerlijk zijn: een voet blijft een voet. Natuurlijk zie ik verschillen. De ene voet is soepel en beweeglijk, de andere voelt gespannen aan. Sommige voeten vertellen het verhaal van een leven lang hard werken, andere lijken bijna onaangetast door de jaren.
Maar de echte verwondering zit voor mij niet in de voet zelf. Ze zit in de mens die eraan vast hangt.
Want achter elke voet zit een uniek leven, een uniek verhaal, een unieke reis. En na al die jaren heb ik geleerd dat geen twee mensen hetzelfde zijn. Geen twee verhalen zijn hetzelfde. Geen twee levens volgen exact hetzelfde pad.
Dat blijft me fascineren.
Misschien is dat ook precies waarom ik mijn werk nog altijd zo graag doe. Omdat ik telkens opnieuw even mag meelopen in het verhaal van iemand anders en iets mag leren over hoe mensen omgaan met het leven: met vreugde, met verlies, met verandering en met hoop.
Dat verveelt nooit.
Integendeel.
Dat blijft me raken.
Een ingang die anders moeilijk te vinden is
Wat mij vanaf het begin heeft aangesproken in voetreflexologie, is dat het een bijzondere manier is om met mensen in contact te komen. Niet oppervlakkig, maar op een niveau waar we in het dagelijkse leven vaak veel te weinig komen. En nee, ik bedoel dat niet zweverig of mystiek, maar gewoon menselijk.
Wanneer iemand bij mij binnenkomt, gebeurt er vaak iets wat in onze drukke maatschappij zeldzaam geworden is: er ontstaat een moment van vertraging. Een moment waarop iemand even niets hoeft. Geen boodschappenlijstjes, deadlines, vergaderingen, kinderen die iets nodig hebben, ouders waarvoor gezorgd moet worden, klanten die wachten op een antwoord of een telefoon die voortdurend aandacht vraagt. Gewoon even zijn.
Dat klinkt misschien eenvoudig, maar ik merk hoe bijzonder dat voor veel mensen geworden is. Soms zie ik letterlijk hoe iemand pas na tien of vijftien minuten begint te ontspannen. Alsof het lichaam eerst moet beseffen dat het veilig is om los te laten, dat er even niets moet en niemand iets verwacht.
Precies in die ruimte ontstaan vaak de mooiste gesprekken. Gesprekken die anders misschien nooit gevoerd zouden worden. Soms vertellen mensen over iets waar ze al maanden mee rondlopen, over verdriet dat ze lang hebben weggestopt, een moeilijke beslissing die genomen moet worden of een droom die ze diep vanbinnen nog altijd koesteren. Soms gaat het over iets heel kleins dat hen onverwacht gelukkig maakt. En soms hebben we het gewoon over de hond, de tuin, een vakantie of een grappige gebeurtenis waar we allebei hartelijk om moeten lachen.
En soms wordt er bijna niets gezegd. Ook dat gebeurt. Soms is stilte precies wat iemand nodig heeft. Door de jaren heen heb ik geleerd dat stilte vaak evenveel vertelt als woorden, misschien zelfs meer.
Ik blijf het bijzonder vinden hoeveel vertrouwen mensen geven. Soms kennen we elkaar nog maar één of twee sessies en toch delen mensen dingen die heel dichtbij komen. Dat vertrouwen neem ik nooit als vanzelfsprekend. Ook na vijfentwintig jaar niet. Ik beschouw het telkens opnieuw als een geschenk.
De wetenschap én de mens
Wat ik ook belangrijk vind om te vertellen, is dat mijn verwondering niet voortkomt uit het idee dat voetreflexologie alles kan oplossen. Integendeel. Ik ben me er heel goed van bewust dat voetreflexologie een aanvullende therapie is. Geen wondermiddel en geen vervanging van medische zorg.
Ik geloof sterk in samenwerking en verbinding. In het samenbrengen van verschillende vormen van kennis. Ik heb ontzettend veel respect voor artsen, verpleegkundigen, kinesisten, psychologen en alle andere zorgverleners die dagelijks klaarstaan voor anderen. Hun kennis en expertise zijn van onschatbare waarde.
Wanneer iemand medische klachten heeft, zal ik altijd adviseren om een arts te raadplegen. Dat is voor mij vanzelfsprekend. Ik heb nooit begrepen waarom sommige mensen denken dat deze werelden tegenover elkaar zouden moeten staan. Voor mij hoeven ze dat helemaal niet. Ze kunnen perfect naast elkaar bestaan en elkaar zelfs versterken.
Misschien is dat ook een van de redenen waarom ik anatomie en fysiologie altijd zo belangrijk gevonden heb. Ik ben nieuwsgierig van aard. Ik wil begrijpen hoe het lichaam werkt, weten wat er gebeurt en blijven leren. En geloof me, hoe meer je leert over het menselijk lichaam, hoe groter je bewondering wordt. Wat daar allemaal dagelijks gebeurt zonder dat wij erbij stilstaan, is eigenlijk ongelooflijk.
Maar zelfs wanneer je alle boeken leest, jarenlang studeert en ontzettend veel kennis verzamelt, blijft er iets bestaan wat je niet volledig kunt verklaren: de mens zelf. De unieke combinatie van ervaringen, emoties, overtuigingen, dromen en levensverhalen. Dat stukje blijft me boeien en verwonderen.
Wat vijfentwintig jaar me geleerd hebben
Wanneer ik terugdenk aan de duizenden voeten die ik ondertussen in mijn handen gehad heb, merk ik iets opvallends. Ik herinner me eigenlijk veel minder de voeten dan de mensen. De voeten vervagen, de verhalen blijven.
Ik herinner me de vrouw die jarenlang voor iedereen zorgde en op een dag besefte dat ze zichzelf compleet vergeten was. Hoe ze stap voor stap opnieuw ruimte maakte voor haar eigen behoeften. Ik herinner me de student die voortdurend twijfelde aan zichzelf en uiteindelijk toch de moed vond om zijn droom te volgen. De moeder die zichzelf onderweg ergens kwijtgeraakt was en langzaam weer begon te stralen. De man die altijd sterk wilde zijn voor iedereen rondom hem en die op een dag voor het eerst toegaf dat hij moe was. Echt moe.
Ik herinner me de gesprekken, de stiltes, de lachbuien, de tranen en de momenten waarop iemand plots een inzicht kreeg of zichzelf eindelijk toestemming gaf om iets los te laten. Dat zijn de dingen die blijven hangen. Dat zijn de herinneringen die ik meedraag.
Voeten zijn voor mij nooit zomaar voeten geweest. Ze zijn een ingang geworden naar verhalen, naar levens en naar mensen. En hoe meer mensen ik ontmoet, hoe meer ik besef hoe bijzonder ieder mens eigenlijk is.
We denken soms dat we elkaar kennen, maar achter elke glimlach zit een verhaal, achter elke zorg een geschiedenis en achter elke keuze een reden. Iedere mens draagt een hele wereld met zich mee. Een universum dat je nooit volledig zult kennen. En misschien is dat net wat het zo mooi maakt.
Misschien ben ik vooral verwonderd door mensen
Misschien is dat uiteindelijk het echte antwoord op de vraag. Misschien ben ik helemaal niet zo verwonderd door voeten. Misschien ben ik vooral verwonderd door mensen.
Door hun veerkracht, hun moed en hun vermogen om telkens opnieuw recht te krabbelen wanneer het leven hen onderuit haalt. Ik zie mensen die moeilijke periodes doormaken en toch blijven doorgaan. Mensen die jarenlang voor anderen gezorgd hebben en uiteindelijk leren dat ze ook voor zichzelf mogen zorgen. Mensen die denken dat ze zwak zijn, terwijl ik juist ongelooflijk veel kracht zie, vaak veel meer kracht dan zij zelf beseffen.
Dat blijft me raken. Omdat er achter elke klacht een verhaal zit, achter elke vraag een verlangen, achter elke onzekerheid een behoefte en achter elke voet een mens. Een mens die probeert zijn weg te vinden. Net zoals jij. Net zoals ik.
En misschien is dat ook waarom ik na vijfentwintig jaar nog altijd met zoveel enthousiasme les geef, sessies begeleid, boeken lees, opleidingen volg en nieuwsgierig blijf. Niet omdat ik denk dat ik ooit alles zal weten. Integendeel. Hoe langer ik bezig ben, hoe meer ik besef hoeveel er nog te ontdekken valt.
Maar vooral omdat mensen me blijven verrassen. Elke week opnieuw, elke maand opnieuw, elk jaar opnieuw. En zolang dat gebeurt, vermoed ik dat mijn verwondering nog lang niet verdwenen zal zijn. Misschien wordt ze zelfs alleen maar groter.
Veel liefs,
Hilde Schoonjans

