Omdat stilstaan niet bij mij past
Soms vragen mensen mij waarom ik na bijna vijfentwintig jaar nog steeds opleidingen volg, boeken koop, webinars bekijk en nieuwe dingen uitprobeer. Alsof er ergens een moment zou moeten komen waarop je alles weet. Alsof er een eindpunt bestaat waarop je kunt zeggen: “Zo, nu heb ik genoeg geleerd.”
Ik moet daar altijd een beetje om glimlachen.
Want hoe meer ik leer, hoe meer ik besef hoeveel ik nog niet weet.
Dat geldt voor voetreflexologie, maar evengoed voor keramiek, tekenen, schilderen, aromatherapie, kruiden of gewoon het leven zelf. Alles blijft evolueren. Er komen nieuwe inzichten. Nieuwe technieken. Nieuwe ervaringen. En zelfs wanneer de kennis niet verandert, verander jijzelf wel. Je kijkt met andere ogen naar dezelfde informatie dan tien of twintig jaar geleden.
Misschien is dat ook waarom ik het moeilijk heb met mensen die denken dat ze alles weten. Dat zijn vaak de mensen die het minst openstaan voor nieuwe ideeën. Terwijl echte groei volgens mij juist begint op het moment dat je beseft hoeveel er nog te ontdekken valt.
Dat betekent niet dat ik zomaar elke cursus volg die voorbij komt. Integendeel. Ik ben daar zelfs behoorlijk kritisch in geworden. Vroeger schreef ik me misschien sneller ergens voor in omdat het interessant klonk. Vandaag kijk ik veel bewuster naar waar ik op dat moment nood aan heb. Waar loop ik tegenaan? Welke vaardigheid wil ik ontwikkelen? Welke kennis ontbreekt er nog? Wat kan mij vooruithelpen?
Want een opleiding volgen kost niet alleen geld. Het kost ook tijd, aandacht en energie. En energie is voor mij iets waar ik zorgvuldig mee omspring. Wanneer ik beslis om ergens in te investeren, dan wil ik voelen dat er een reden achter zit. Dat het mij helpt groeien. Of dat het uiteindelijk de mensen rondom mij ten goede komt.
De mensen van wie ik het liefst leer
Wat me doorheen de jaren ook is opgevallen, is dat ik graag leer van mensen met veel ervaring. Mensen die hun strepen verdiend hebben. Mensen die niet alleen theorie kennen, maar ook duizenden uren praktijk achter de rug hebben.
Misschien is dat een van de redenen waarom ik zo’n bewondering had voor Hanne Marquardt. Maar over haar wil ik later nog een aparte blog schrijven, want die verdient veel meer woorden dan ik hier kan geven.
Ook binnen mijn keramiek merk ik hetzelfde. Ik leer ontzettend graag van Fernand Everaert. Niet alleen omdat hij veel weet, maar vooral omdat hij zijn kennis met zoveel vanzelfsprekendheid deelt. Hij houdt niets achter. Hij toont wat werkt, maar ook wat niet werkt. Hij vertelt waarom hij bepaalde keuzes maakt en waarom andere keuzes minder goed uitpakken.
Wat ik bijzonder waardeer bij mensen zoals Hanne en Fernand, is dat ze eerlijk durven zijn.
Ze durven zeggen wanneer iets beter kan.
Ze durven kritiek geven.
En misschien klinkt dat vreemd, maar ik heb daar veel meer aan dan aan iemand die voortdurend zegt dat alles mooi is.
Natuurlijk is het prettig om complimenten te krijgen. Iedereen hoort graag dat hij goed bezig is. Maar complimenten alleen zorgen zelden voor groei.
Groei ontstaat vaak op die momenten waarop iemand je een spiegel voorhoudt.
Niet om je af te breken.
Wel om je verder te brengen.
Ik merk dat ik daar steeds meer naar op zoek ben. Naar mensen die voldoende kennis en ervaring hebben om me iets te leren wat ik zelf nog niet zie.
Een zin die bleef hangen
Begin dit jaar zei mijn nonkel iets tegen mij dat ik niet onmiddellijk leuk vond om te horen.
We waren bezig over mijn keramiek en ik liet hem enkele stukken zien waar ik best trots op was. Ik had het gevoel dat ik grote stappen gezet had. Mijn techniek ging vooruit. Mijn vormen werden mooier. Mijn afwerking werd beter.
Hij keek ernaar en zei:
“Hilde, je keramiek is mooi, maar er is niets bijzonders aan.”
Auw.
Dat kwam binnen.
Niet omdat hij ongelijk had, maar juist omdat ik voelde dat er een kern van waarheid in zat.
Wanneer iemand zoiets zegt, heb je twee keuzes. Je kunt boos worden en denken dat die persoon niet weet waarover hij spreekt. Of je kunt jezelf de vraag stellen waarom die opmerking je zo raakt.
Gelukkig deed mijn nonkel meer dan alleen kritiek geven. Hij legde ook uit wat hij bedoelde. Hij vertelde dat ik technisch vooruitging, maar dat ik nog meer van mezelf mocht laten zien in mijn werk. Dat ik meer eigenheid mocht ontwikkelen. Dat mensen op termijn zouden moeten kunnen zien dat een stuk van mij afkomstig is zonder mijn naam erbij te lezen.
Dat gesprek heeft veel in beweging gezet.
Plots begreep ik waarom tekenen en schilderen me zo aantrokken. Niet omdat ik per se aquarellen wil verkopen of kunstenares wil worden. Maar omdat die vaardigheden mijn keramiek kunnen verrijken. Omdat ik ergens een zijpad moet bewandelen om uiteindelijk verder te kunnen groeien op mijn hoofdpad.
Dat inzicht vond ik bijzonder waardevol.
Al heeft het er ondertussen ook voor gezorgd dat hier een indrukwekkende verzameling schalen staat te wachten op hun afwerking. Want daar steekt mijn perfectionisme dan weer de kop op. Eerst wil ik leren tekenen zoals ik het in mijn hoofd zie, en pas daarna wil ik die tekeningen op een schaal zetten. Wat natuurlijk compleet onlogisch is, want leren gebeurt juist door het te doen. Maar goed, ik ben ook maar een mens.
Jullie hebben meer mogelijk gemaakt dan jullie denken
Wanneer ik zo over mijn keramiek praat, moet ik vaak denken aan mijn eerste draaischijf. Die heb ik namelijk niet zomaar gekocht.
Een aantal jaren geleden stuurde ik een mail uit met als titel: “Laten we elkaar helpen met elkaars droom.” Jullie droom was voetreflexologie leren, mijn droom was een eigen draaischijf kunnen kopen. Door de cursussen die jullie volgden, kon ik die droom realiseren.
Dat is iets waar ik nog vaak aan terugdenk. Niet omdat het over een machine gaat, maar omdat het een mooi voorbeeld is van hoe mensen elkaar vooruit kunnen helpen zonder dat ze het zelf altijd beseffen.
Studenten denken soms dat zij degene zijn die leren van mij. Maar de waarheid is dat ik minstens evenveel leer van hen: door hun vragen, hun verhalen, hun enthousiasme en hun vertrouwen. Groei ontstaat zelden alleen. Meestal groeien we dankzij de mensen die onderweg een stukje met ons meelopen.
Het voorbeeld dat ik onze kinderen wil geven
Er is nog een reden waarom ik blijf bijleren. En die heeft niets te maken met voetreflexologie of keramiek. Ze heeft te maken met onze kinderen.
Ik geloof namelijk niet dat je kinderen opvoedt met woorden alleen. Je kunt honderd keer zeggen dat leren belangrijk is. Je kunt honderd keer vertellen dat nieuwsgierig zijn een mooie eigenschap is. Je kunt honderd keer herhalen dat persoonlijke ontwikkeling waardevol is. Maar uiteindelijk kijken kinderen vooral naar wat je doet.
Ze zien of jij nog boeken leest. Ze zien of jij nog nieuwe dingen probeert. Ze zien of jij nog fouten durft maken. Ze zien of jij nog groeit. En precies daarom vind ik het belangrijk om zelf te blijven leren. Niet omdat ik alles wil kunnen of omdat ik ergens een diploma aan de muur wil hangen, maar omdat ik wil tonen dat leren niet stopt wanneer je achttien, eenentwintig of vijfentwintig bent.
Leren stopt pas wanneer je stopt met nieuwsgierig zijn.
Misschien is dat uiteindelijk de echte reden waarom ik na vijfentwintig jaar nog steeds opleidingen volg, boeken lees en nieuwe dingen uitprobeer. Niet omdat ik ooit alles wil weten, maar omdat ik hoop dat ik altijd nieuwsgierig zal blijven. Want zolang er nieuwsgierigheid is, blijft er groei. En zolang er groei is, blijft het leven boeiend.

